Kusen van meester Kosen Thibaut
tijdens de sesshin van de dojo van Genève, Zwitserland,
1 tot 4 november 2001
Do 1 november
Zazen 11.00 uur
De neus en de navel op een lijn, de oren en de schouders in hetzelfde vlak. Een van de belangrijkste punten van de houding is de vijfde lendenwervel, dat is de eerste beweegbare wervel juist boven het heiligbeen. Vanuit deze wervel schep je een evenwicht in de hele wervel kolom. Het is dus een scharnier. Het is een strategisch punt van ons lichaam dat we niet goed kennen. De meeste mensen weten niet eens van het bestaan af van hun vijfde lendenwervel. Terwijl we het kunnen zien als een barometer van de houding van de rug, als een sleutelpunt tussen het hoofd en de benen.Het ideaal is dat deze streek van de vijfde lendenwervel, die naar beneden het heiligbeen en naar boven het derde en vierde lendenwervel omvat (net beneden de nieren), gestrekt wordt.
Je hebt twee mogelijkheden: op de as van deze wervel kun je het bekken naar voren kantelen of naar achteren. Als je de bekken naar achter kantelt dan heb je de houding van een chimpansee, of van de Japanner.
Ik vergelijk de chimpansee met de Japanner want de lichaamsbouw van de Japanner is verschillend van de onze wat het bekken betreft. Als zij in zazen gaan zitten dan kantelt het bekken op van zelf naar achteren en niet naar voren als zij zich niet corrigeren. Ten opzichte van hun lichaamsbouw is het voor hen er moeilijk om hun bekken naar voren te kantelen.
Dat is de reden waarom meester Kodo Sawaki en meester Deshimaru zo benadrukt hebben dat je het bekken naar voren kantelt, daar waar zich de vijfde lende wervel bevindt. Ik heb pas later dit specifieke punt van de lichaamsbouw van de Japanners ontdekt. En ik kreeg toen in de gaten waarom veel westerlingen de neiging hebben deze buiging in de lendenstreek te overdrijven. Het ideaal is deze streek zo veel mogelijk te strekken. Te voelen dat de wervels gestrekt zijn. De natuurlijke buiging voorwaarts is uiteraard wel aanwezig.
Ben je altijd bewust van deze wervel. Ik heb een vergelijking gemaakt met jongleurs die een stok op de punt van hun vingers in evenwicht brengen. In feite breng je de hele bovenkant van je lichaam in evenwicht op deze vijfde lende wervel. Het voelt aan alsof je een stapel borden boven op een stok in evenwicht houdt. De beweeglijkheid van deze wervel blijf je voelen. Het mag niet verkrampt zijn. Kijk hoe Zuid-Amerikanen de salsa dansen. Of vrouwen een oosterse dans uitvoeren. Voel hoe je bekken soepel is en beweeglijk. Voel hoe je bekken de mogelijkheid heeft te kiezen tussen het kantelen naar achteren of naar voren.
Dat het bekken ook draaien kan. Be je bewust van de beweeglijkheid van je bekken. Zo vermijdt je spanningen want wanneer je de houding met spierkracht tracht recht te houden leidt dat niet tot een goed resultaat. Om te vermijden dat je te veel spierkracht gebruikt tijdens zazen moet je juist het evenwicht gebruiken. Corrigeer je houding vanuit het oogpunt van evenwicht in plaats van met onnodige spierspanningen.
Je neemt deze spierspanningen juist weg en je let erop dat je de stapel borden in evenwicht houdt zodat die niet op de grond valt. Als je een goede positie aanneemt van het bekken en de vijfde lendenwervel ten opzichte van de wervels die hierboven staan dan verander je de krachten in de wervelkolom.
Het gaat trouwens niet alleen om het evenwicht van de wervels maar ook om vrij te kunnen ademhalen met je buik.
Je kunt met alle delen van je lichaam ademhalen. Je kunt adem halen met je maag, je lever, je nieren. Uiteraard zijn de longen de belangrijkste plek waar je adem haalt, daar waar de noodzaak om adem te halen het meest naar voren komt. De energie van de ademhaling. Maar alle organen, alle delen van het lichaam, alle cellen nemen deel aan deze ademhaling. Alle cellen zijn gevuld met deze energie. Men weet dat de longen noodzakelijk zijn voor het in en uitademen van lucht in ons lichaam,maar heel ons lichaam, heel ons fysieke, emotionele, mentale en spirituele wezen haalt adem.
En in het bijzonder de buik. We noemen deze plek de oceaan van energie. Het gaat om de plek onder je navel. En ook om de plek boven je navel. De plek van de spijsvertering, van de maag, van de zonnevlecht, de hele buik profiteert van de ademhaling door middel van een golfbeweging. Een onophoudelijke energieomloop. Energie die naar binnen gaat, energie die weer naar buiten komt. De buik en de maag zijn dus niet statisch maar maken deze
onophoudelijke dans van intrekken en loslaten, die men in alle dingen van de kosmos terugvindt. Men noemt dit bioritme, de opeenvolging van intrekken en loslaten, die zich onophoudelijk in alle dingen herhaalt. In de cellen, in alle levende dingen, in de seizoenen.
Van buiten is zen volkomen onbeweeglijk maar van binnen gebeuren er een oneindig aantal dingen gebeuren. Het concrete gedeelte van de zazenhouding,het lichaam, het zichtbare gedeelte wordt door degenen die haar beoefenen nooit verwaarloosd, maar meestal slecht gekend. Besef dat dit concrete, materiele, zichtbare deel slechts een deel van het ware lichaam van Boeddha is.
Voor een beginneling is het natuurlijk nodig dat hij zich concentreert op zijn lichaam, dat hij de juiste houding aanneemt. Maar je kunt niet op een uitsluitend fysiek niveau blijven beoefenen. In de zen zijn er altijd 4 aspecten die in perfecte harmonie met elkaar behoren te zijn, namelijk het lichamelijke, het geestelijke, het emotionele en het spirituele.
Donderdag 1 november
Zazen van 17.30 uur
Wat is de waarheid die door de meesters is overgedragen? Meester Dogen zegt: de waarheid van het Boeddhisme is de enige die niet met woorden uitgelegd kan worden. Dat stelt me gerust. Het vertelt me dat het niet alleen bij mij zo is en dat ik misschien niet zo abnormaal ben. Er is grote druk in de huidige maatschappij om alles uit te leggen, om alles te verklaren, om iets concreets aan te tonen, om op resultaat te waarderen, om een positieve balans te presenteren aan het eind van een jaar. En iedereen moet kunnen uitleggen waarom zijn beoefening het beste is.
Natuurlijk wil men alleen het beste beoefenen.
De waarheid van het Boeddhisme is de enige die niet kan worden uitgelegd of uitgedrukt met woorden.
Dat wil zeggen dat van alle 'zekerheden' in het Boeddhisme, van al die zekerheden waarbij men zichzelf niet in twijfel trekt, van al die zekerheden die men zo graag onderwijst, die men verdedigt, van al die technieken, we alleen maar zeker kunnen zijn dat het niet de ware onderwijzing van Boeddha is.
Maar helaas zijn de mensen helemaal niet geïnteresseerd in de ware onderwijzing van Boeddha. Het niveau van beoefening en van geesteshouding is niet zo diep.
Het is binnen het bereik van iedereen gebracht en in feite een karikatuur geworden, iets voor mensen die klein van geest zijn. Zodat ze het kunnen consumeren. De zen is ondergebracht in schappen van de diepvriesafdeling zodat we precies weten wat we eten. Een kaartje vermeldt dat als je dit consumeert je de stilte van zazen verkrijgt.
Dat heeft niets te maken met de onderwijzing van de meesters. Maar dat maakt helemaal niet uit want de onderwijzing van de meesters interesseert absoluut niemand. Daar hebben de mensen ook de tijd niet voor. Noch de middelen. En als het per ongeluk mocht voorkomen dat er iemand verdwaald raakt op de weg van het grote dharma dan komt er een dag dat hij in paniek raakt omdat hij zich realiseert dat hij zichzelf vergeten is.
Dit is een beetje de beschrijving van wat overblijft van het dharma van Boeddha in de huidige maatschappij. In de realiteit van de 21ste eeuw.
Maar je kunt ook een vergelijking te maken tussen onze huidige situatie en de situatie waarin meester Wanshi zich in zijn tijd bevond. Meester Wanshi leefde zo¹n tachtig jaar voor het tijdperk waarin meester Dogen zijn meester Nyojo in China ontmoette. Meester Wanshi werd hevig bestreden door een beroemde meester van zijn tijd, een rinzaï meester waarvan ik de naam vergeten ben.
Af en toe ontvang ik per e-mail beledigende brieven in 'zen stijl', alsof het goed gebruik is in de zen anderen te beledigen en zo onze eigen wijsheid te etaleren.
Met zenuitdrukkingen als: 'je bent een ezel' en 'blinde kaalkop'.
Dus deze meester uit een hoge laag van de Chinese maatschappij (iedereen wil zo graag deel uitmaken van een hoge laag), hield zich bezig met het bekritiseren van Soto-zen monniken. En vanwege die beledigingen voelde meester Wanshi zich verplicht om met compassie uit te leggen wat de ware stille overdracht van
de zen is.Hij schreef verschillende teksten, in het bijzonder de Zazenshin waarover ik jullie gedurende deze sesshin zal vertellen. Zazenshin betekent de punt van de acupunctuurnaald die de illusieziektes van de beoefening geneest.
Meester Dogen had een grote bewondering voor meester Wanshi. En in het bijzonder voor de tekst die ik jullie gedurende deze sesshin ga voorlezen.
Hijzelf schreef ook een Zazenshin, niet uit competitie overwegingen, niet om zich te vergelijken met meester Wanshi, maar zoals hij uitlegt, uit liefde, zoals mensen die verliefd zijn dezelfde dingen doen, en ook deze tekst zal ik jullie voorlezen gedurende deze sesshin.
Ik zelf het deze twee Zazenshin vertaald op een enigszins vrije manier zoals ik dat gewend ben, zodat ze wat beter te begrijpen zijn.
Met meester Deshimaru zongen we gedurende enkele jaren iedere morgen aan het eind van zazen de Zazenshin van Meester Dogen. Gedurende deze sesshin zal ik het ook voor jullie zingen. Ik moest hieraan denken omdat de japanners willen dat wij hier in Europa de Sandokai en de Hokyo Zan Mai zingen. Terwijl Meester Deshimaru een reis maakte naar Japan was ik verantwoordelijk voor de dojo tijdens zijn afwezigheid en ik vond het een goed idee om de Sandokai te gaan zingen. Net als de Japanners.
Dus hadden we de tekst van de Sandokai opgezocht en ook een opname om te weten hoe de Japanners het zongen, in welk ritme en met welke uitspraak, en we zijn het gaan oefenen. Gedurende de afwezigheid van Sensei zijn we begonnen 's morgens de Sandokai te zingen. Ik was heel trots met mijn initiatief. De Japanners willen nu dat we elke morgen de Sandokai in de dojo zingen. Toen meester Deshimaru terug kwam uit Japan, vertelden we het hem: "Sensei, 's morgens zingen we tegenwoordig ook de Sandokai". "Ah". Aan het eind van zazen hebben we gedaan zoals het de gewoonte was in Japan. Na twee dagen heeft Sensei de Sandokai geschrapt. Hij vond dat het niet nodig was om de Sandokai te zingen, hij vond dat de stilte werkzamer was. Maar de Zazenshin hebben we gedurende enkele jaren gezongen. Elke ochtend, in een tijd dat we zazen beoefenden zonder kin-hin. Elke morgen een uur, een uur en tien minuten, zonder kin-hin. En aan het eind zongen we dan het Zazenshin.
Donderdag 1 november
Zazen 20.30 uur
Ik ga nu voor jullie de Zazenshin van meester Dogen in het Japans zingen. In de dojo van Parijs zongen we deze soetra elke morgen. Deze tekst is de essentie van zazen. Het ware satori zonder illusie.
Vrijdag 2 november
Zazen 7.00 uur
Ik lees jullie nu het Zazenshin van Meeste Wanshi voor.
De essentie zoals die overgedragen is van Boeddha op Boeddha, het ontwaken zoals dat overgedragen is van patriarch op patriarch, denkt niet na, over wat dan ook, en is met alles intiem. Deze essentie ondervindt geen enkele hinder van de omstandigheden en tegelijkertijd is zij volledig stralend. Haar intiemheid is natuurlijk en onbewust. Zij wordt dus niet bevuild door gecompliceerde gedachten. Haar verlichting is perfect en heeft niets te maken met een klein ontwaken. (Met klein ontwaken wordt bedoeld: individueel ontwaken) Haar intimiteit is zonder scheiding, is enig. Deze verlichting, zonder wat dan ook te grijpen, is compleet. Het water is helder en puur tot in de diepte en de vis zwemt er rustig en onbewust in. De blauwe hemel strekt zich zonder grenzen uit en de vogels vliegen tot in het oneindige. Dit is de tekst van Meester Wanshi. Deze tekst is moeilijk te begrijpen zonder het commentaar dat meester Dogen gegeven heeft. Het shin van Zazenshin betekent punt, een exact punt. Je kunt het vergelijken met een acupunctuurpunt.
De grote acupunctuurmeesters gebruiken hele fijne naalden. Mijn Chinese acupunctuurmeester verplichtte ons hele fijne naalden te gebruiken. Nummer 36. Hijzelf gebruikte nog fijnere, nummer 38. Die waren bijna net zo fijn als een haar en om deze naald in de huid in te brengen, door spieren heen, heb je een hele goede techniek nodig. Want de naald gaat buigen, omdat ze heel erg fijn is.
Hij zei: "je kunt deze naald slechts in een lichaam inbrengen met behulp van je eigen interne energie".
Deze naald wordt dus een kanaal om je eigen interne energie over te brengen. Als je leert met een dergelijke fijne naald te prikken dan ontwikkelt dat een grote gevoeligheid. En deze gevoeligheid is het overbrengen van onze eigen energie naar die van de patiënt. Een zo'n fijne naald heeft het voordeel heeft dat ze het lichaam niet verwondt. Ze laat de energie van een patiënt niet ontsnappen. Want hoe dikker een naald is hoe meer energie er ontsnapt. En het is noodzakelijk altijd te trachten de interne energie van een patiënt te behouden.
Dat is het voordeel van een fijne naald. Maar het nadeel is dat als je niet weet hoe je moet prikken er niets gebeurt. En dan moet je proberen de chi, de energie te vinden. En daarna kun je de tonus verhogen of juist verspreiden naar gelang wat nodig is. Als er 25 of 30 naalden ingebracht worden dan is dat helemaal verkeerd omdat je de energie van de patiënt laat ontsnappen. Een goeie acupuncteur maakt eerst een goede diagnose. Hij probeert de wortel van het probleem te vinden. Misschien zou een grote meester kunnen helen met een naald die niet dikker is dan een haar. En deze grote acupunctuurmeester waarover meester Wanshi het heeft gaat het punt aanraken. Dat punt luistert op de millimeter nauwkeurig. Het is er niet een centimeter naast. Het is niet ongeveer.
Dat is de betekenis van shin: het punt zazen. Het punt dat zelfs de allerkleinste illusie over zazen zal genezen. Dit punt zal ons terugbrengen naar 'het grote functioneren'. Sensei zei in zijn tijd: "zazen is terugkeren naar de normale toestand". Dat was een enigszins teleurstellende definitie.
"Ah, de normale toestand, dat interesseert me niet. We willen toch wel een verlichting". En Sensei zei: "de verlichting, het satori hangt samen met jouw illusie. Met jouw 'ziekte'. Als je veel illusie hebt, een ernstige 'ziekte', en je komt terug naar de normale condities, naar een normale toestand -bijvoorbeeld als je een week geconstipeerd bent geweest en je kunt naar de wc- dan heb je groot satori. Terwijl in feite naar de wc gaan een normale bezigheid is. Deze naald brengt ons dus terug naar de normale toestand. Deze normale toestand wordt eveneens het grote functioneren genoemd. Dat wil zeggen het normale functioneren van de immense kosmos. Zoals het normale functioneren van een Zwitsers horloge. Het is normaal dat het goed functioneert. En als je binnen in het horloge kijkt dan zeg je: "dat is heel bijzonder". Het grote functioneren van de kosmos is nog bijzonderder dan een Zwitsers horloge. Wat bijzonder is aan het functioneren van de kosmos, is dat ze vanaf het begin der tijden heeft gefunctioneerd zonder motorpech. Het heeft altijd gewerkt. In de tijd van onze voorouders en zelfs in de tijd van voor onze voorouders functioneerde ze al reeds perfect.
Hiermee staat het boven vorm en geluid, men kan het slechts begrijpen als men de oneindige tijd beschouwt die reeds bestond voordat onze voorouders geboren waren.
Als je je harmoniseert met dit bewustzijn dan zul je niet meer de patriarchen van het Boeddhisme te beledigen. Je zult nooit meer vluchten voor het loslaten van lichaam en geest. Het is: 'een hoofd hebben van 3 voet lang en een nek van twee duim breed'. Dat wil zeggen een lichaam als het lichaam van Shakyamuni Boeddha in een legende. Het is natuurlijk een metafoor. Dat is het effect dat deze acupunctuurnaald zal hebben als zij op de goede plek geplaatst wordt!
Vrijdag 2 november
Zazen 11.00 uur
Laat alle spanning los in je benen, in je bekken en in je rug. Het ideaal is dat je kunt zitten zonder spanningen.
Als we het over strekken hebben, bijvoorbeeld het strekken van de nek, of het strekken van de taille, dan betekent dat zonder spanning.
Er ontstaat veel verwarring omdat men leert dat zazen de koning is van de samadhi, de grote poort van de weg. En men denkt dus dat dit tegengesteld is aan andere vormen van samadhi. (Samadhi: het niet-dualistische bewustzijn tijdens zazen)
Ik heb zelf veel tijd nodig gehad om dit te begrijpen. Ik gebruik de volgende metafoor.
Zazen is als de meest waardevolle plant, maar ze heeft het nodig om met water besproeid te worden. En ze heeft het nodig om in de zon gezet te worden en om goeie aarde te hebben. Een goeie bak op een goeie plek om zich te kunnen ontwikkelen. Ze moet beschermd worden tegen de bliksem en tegen slecht weer.
De mensen verwachten alles van buiten. Ze zeggen: "oké, zazen is de meest sublieme houding, het is de houding van Boeddha enzovoorts. Ze gaat me alles geven". En dan wachten ze. Ze wachten op het satori. Ze wachten op vooruitgang. Ze wachten.
Men heeft hen natuurlijk niet geleerd dat de geest van zazen verschillend is van de gewoonlijke geest. Het is alsof men deze bijzondere plant aan een imbeciel laat zien. En men zegt: "deze plant is het meest bijzondere wat er bestaat op aarde". "Oh!" En dan eet hij hem op… Integendeel.je moet alles wat in je vermogen ligt doen om zazen te beschermen. Of het nu met geestelijke middelen is of met lichamelijke middelen. Of door het innemen van vitamines.
We hadden het over de Japanse manier van zen onderwijzen buiten zazen. Er zijn zeker in de manier van onderwijzen, in de technieken van de Japanse priesters, bijzonder interessante of bruikbare details. We doen zelf een ceremonie, we gebruiken de methode die mijn meester ons geleerd heeft. We proberen een geconcentreerde ceremonie te doen. Harmonieus en oprecht. Deze ceremonie kan altijd nog evolueren, kan altijd verfijnen.
En tegelijkertijd moet ze toegankelijk zijn voor een groot aantal mensen. Ze moet simpel zijn. Ik denk ook dat bepaalde lichamelijke oefeningen naast zazen, vooral tijdens sesshins, noodzakelijk zijn. Sensei zelf leerde ons dit gedurende de sesshins.
Ik weet niet meer precies hoe hij het noemde maar ik geloof dat het yoga-zen was. Je wordt leniger, je rekt je spieren en je versterkt de innerlijke spieren. In het bijzonder ter hoogte van het middel en de buik. Het was niet voor niets dat men zei dat Bodhidharma tai-chi onderwees. Het is belangrijk bij deze bewegingen, bij deze 'culture physique' zoals dat vroeger genoemd werd, om ze elke dag te herhalen. Reserveer elke dag 15 of 20 minuten om deze bewegingen te beoefenen. En na drie of zes maanden zul je vaststellen dat je lichaam belangrijk versterkt is en leniger geworden en dat je zazen veel makkelijker is geworden. Dat wat men shin noemt in Zazenshin is zowel het punt als de pointe. Je zou kunnen zeggen dat het punt de pointe ontmoet. Dat is shin. Dat is de verwerkelijking. Hij legt uit dat zazen het verwerkelijken is van dezelfde handeling, van dezelfde geesteshouding, dezelfde lichaamshouding, dezelfde ervaring als van alle Boeddha's.
Je zou ook kunnen zeggen van dezelfde intentie. Je zou kunnen zeggen dat de intentie van alle Boeddha's geschreven is in het geheugen van zazen.
Maar dat kan je niet zeggen want de dimensie van zazen is oneindig. Van een dergelijke dimensie, van een dergelijke waarde, dat het noodzakelijk is en ook niet anders kan, dan geen enkele speciale intentie hebben. En niets te wensen in onze kleine persoonlijke dimensie. Dat is geraakt worden door de naald die ons ontspant. Die de energie terug brengt tot normaal, alsof je op de goede plek geprikt wordt met een acupunctuurnaald. Yang komt op zijn plaats terug. Yin komt op zijn plaats terug.
Deze twee zijn complementair. Er is harmonie in het lichaam en men voelt zich bevrijd. Met deze naald die zazen geneest haalt men de verkrampingen weg van de wensen van ons kleine ego. En men opent zich. Men accepteert de onmetelijke dimensie van het ware zazen. Als we een doel hebben zoals bijvoorbeeld Boeddha worden of een ander zoals persoonlijke ontwikkeling, of satori, verlichting, onafhankelijk van zazen zelf, betekent dat de Boeddha-zazen doden. Je doodt de ware aard van zazen.Net als deze plant opeten omdat men je vertelt dat deze plant is heel bijzonder is. Dan is het afgelopen. Het is in tegendeel juist nodig deze plant te beschermen, haar te voeden, haar mest te geven en in de zon te zetten. Proberen haar schoonheid en haar bijzonderheid te begrijpen. Haar zelfs je eigen lichaam te geven zodat ze zich kan uitdrukken. Zodat de Boeddha-zazen zich kan uitdrukken. Er bestaat niets anders wat deze waarde heeft. Ik heb nooit vernomen over iets wat gelijke waarde heeft in deze wereld, in de menselijke wereld of zelfs in de goddelijke wereld.
Het is heel gemakkelijk om je te vergissen.
Dat is de reden waarom ik altijd reageer als ik iemand hoor zeggen: "Allah is groot". Wanneer je zegt dat Allah groot is dan is dat reeds begrensd. Ik zeg dan: "maar welnee, hij is noch groot noch klein". "Wát…? Is hij niet groot?"
Vrijdag 2 november
Zazen 17.00 uur
Ik ga verder met het commentaar van meester Dogen.
De essentie, overgedragen van Boeddha op Boeddha. Butsu in het Japans betekent alle Boeddha's, zonder uitzondering. De essentie overgedragen door alle Boeddha's, en door alle Boeddha's zonder uitzondering, verwerkelijkt zich door zazen. Deze overgedragen essentie is zazen. 'Verwerkelijkt zich' betekent dat het niet nodig is om de verwerkelijking te zoeken. Het verwerkelijkt zich, dat is zazen. De volgende zin: de essentie overgedragen van patriarch op patriarch. Het commentaar van Dogen is het volgende: de overleden meester gebruikte dergelijke woorden niet. Hij doelt hier op meester Joshu die geen gecompliceerde woorden gebruikte. Geen abstracte woorden. Niet alleen wat ku, het onzichtbare, betreft.Het principe zelf is. Er is dus niets mysterieus. Het is. Het is alle patriarchen, het is de transmissie van het Dharma, het is de overdracht van het kleed. Alles bestaat reëel. Of je nu het hoofd naar links of naar rechts draait, of de uitdrukking van het gezicht verandert, is elk moment is alles in het universum de overdracht van patriarch op patriarch. In feite zegt Dogen: alles wat beweegt, alles wat verandert, alle waarneembare verandering van buiten, is de overdracht van Boeddha tot Boeddha. En net zo is alles wat van binnen beweegt wanneer we ons hoofd draaien of van expressie veranderen, de essentie overgedragen van patriarch op patriarch.
Het is een enigszins poëtische uitleg. Hij wil zeggen dat we in alle fenomenen, in alle verschijnselen die ons omringen, de uitdrukking van Boeddha zelf zien. De wereld, de mensen die ons omringen, wie ze ook zijn en onafhankelijk van henzelf, zijn de uitdrukking van de overdracht van Boeddha tot Boeddha en drukken de waarheid van de geest uit.
En ook als we binnenin onszelf kijken, alles wat beweegt, alles wat we momenteel beleven, alles wat we voelen moeten we niet alleen maar zien als ons ego, maar ook als de uitdrukking van de overdracht van patriarch tot patriarch. Dat is de ontwaakte manier om het leven te zien. In het algemeen als men een meester volgt en vooral in het begin, dan begrijpt men niet zoveel van zijn onderwijzing. Men begrijpt ook lang niet altijd zijn gedrag. Hij legt ons bepaalde principes uit die men niet begrijpt. Maar men zegt tegen zichzelf,het is mijn meester, hij heeft de overdracht ontvangen van een andere meester.
En dus observeert men, men kijkt naar zijn gezicht, naar de manier waarop hij zich beweegt, en men zegt; dit is de uitdrukking van deze overdracht. Maar in werkelijkheid is elk verschijnsel in het universum de uitdrukking van Boeddha. En wijzelf ook zijn de uitdrukking van Boeddha. De Zazenshin is een van de meest fundamentele teksten. Een van de allerbelangrijkste teksten van de zen. Gedurende deze sesshin wil ik het commentaar geven op deze tekst. Dat is waarom er een beetje meer kusen is dan gewoonlijk. Elke zin en elk commentaar van Dogen zijn geweldig interessant. Hij onthult werkelijk de meest diepe geheimen van de zen, van de menselijke geest. Ik ga verder met de volgende zin. De essentie overgedragen van Boeddha op Boeddha, van patriarch op patriarch, denkt niet over wat dan ook na, maar is intiem met elk ding, met alles. Dat betekent zonder het object aan te raken. Weten te voelen, weten te zien.
Dogen zegt: als je op een dergelijke manier intiem bent met de dingen, met de werkelijkheid, dan maakt dat geen gebruik van de gewone zintuigen. Of van de gewone waarneming van lage dimensie. En maakt ook geen gebruik van herkenning, of van intellectuele bevestiging. Want intellectueel begrijpen is een bewuste handeling. Met een intentie. Daarom dat men het heeft over intuïtie, over intimiteit. Zonder te willen bewijzen, zonder het object aan te raken. Zonder de noodzaak om persoonlijk een objectieve zekerheid te krijgen. Het gaat hier natuurlijk voor alles over de geesteshouding tijdens zazen, over de verlichting van zazen.
Vrijdag 2 november
Zazen van 20.30 uur
Meester Wanshi zegt: "zonder de dingen aan te raken maar door één lichaam met ze te zijn, door één met ze te zijn."
Op dit moment verandert de wereld heel erg snel. Iedereen voelt een soort van ongerustheid, een soort instabiliteit. Het is nu dan ook erg belangrijk om door te kunnen gaan met de beoefening van zazen. Zazen heeft zeker een heel goede invloed omdat we één zijn met de dingen. Als je zazen doet dan kun je de dingen kennen, niet met het intellect maar precies, direct. Zonder behoefte te hebben om objectief te zijn. Je kunt de mentaliteit van een stad voelen. De mentaliteit van een land, de mentaliteit van een sangha, de mentaliteit van de wereld, direct. Meester Dogen zegt: "Denk niet op een beschouwende manier over deze intimiteit, over deze intuïtie want het is niet dat soort van individueel bewustzijn". We moeten er niet op een beperkte, gesloten manier over nadenken want het is niet dit soort bewustzijn, het is niet het persoonlijke, individuele bewustzijn.
Meester Shin Wu Fu Kei is de naam van een Chinese Boeddha met een grote buik die altijd lachend afgebeeld wordt. Dik met een ronde buik. Het is de beroemde afbeelding van de Boeddha die je vaak in Chinese restaurants tegen komt. Deze meester Shin Wu Fu Kei zei over de uitdrukking "zonder het object aan te raken, zonder wat dan ook te denken": "Wanneer iemand met een helder hoofd komt dan ziet hij de dingen met een helder hoofd. En wanneer iemand met een zwaar hoofd aankomt dan ziet hij de dingen met een zwaar hoofd." Dat is de reden waarom gyoji, de hygiëne van ons leven, zo belangrijk is. Niet alleen voor ons zelf maar voor de invloed die het kan hebben op anderen om ons heen.
Een positieve energie meenemen. Niet gedeprimeerd zijn of angstig de realiteit ontvluchten in egoïsme en in oppervlakkigheid net als struisvogels die hun hoofd onder het zand steken."Het schermt zich niet af van de omstandigheden en toch is het volledig stralend." Juist dit "het is volledig stralend" zegt Dogen moet niet gelijkgesteld worden met de verlichting of met een verlicht begrijpen of met een spirituele verlichting.
Niet in oppositie zijn met de omstandigheden wordt beschreven als verlicht zijn.
Er zijn dus twee dingen: het object niet aanraken, niet proberen om objectief te zijn, een bewijs te verkrijgen, en tegelijkertijd niet ontsnappen aan de omstandigheden, je niet losmaken van de omstandigheden. Dat is de intuïtie, de intuïtieve verlichting zonder de gedachten te gebruiken.
De verlichting komt niet voort uit het inwendige van de omstandigheden.
Men hoort vaak in zenverhalen: "en de meester hief zijn vliegenmepper op" of "gaf een slag met zijn stok, en de discipel werd verlicht." Of "hij zag een pruimenbloesem en werd verlicht."
Deze verlichting komt dus niet voort uit het inwendige van de omstandigheden. En ook niet uit de omstandigheden zelf omdat deze omstandigheden zelf verlichting zijn.
Dat is wat bedoeld wordt met "niet in oppositie".
Het gehele universum is nooit verborgen geweest, nooit verborgen aan ons binnenste, aan het diepste van onszelf. Aan onze diepe boeddhanatuur.
Het is dus de uitdrukking van de waarheid van het gehele universum zelf. Daar mag je niet aan twijfelen. Het is niet nodig complexen te hebben wat betreft deze intimiteit, wat betreft je eigen verlichting. Het is ook niet nodig om angst te hebben om te ontwaken.
Net als ik zei aan het begin van deze sesshin: je hoeft alleen maar deze plant te beschermen, deze magnifieke zazenplant te verzorgen. Als je kijkt naar de gekte, naar de geesteshouding, naar de verwarring van de grote acteurs van het huidige wereldtoneel, dan kan men ook begrijpen hoe kostbaar dit zazenbewustzijn is.
Als je het ontmoet dan kan je het actualiseren. Het is zeker dat je dan een meer volwassen bewustzijn over de wereld verkrijgt. Het is zeldzaam dergelijke beschrijvingen te vernemen juist over de zenverlichting, in het bijzonder over de soto-zen, mokusho-zen, de zen van de stille verlichting. Het gaat niet alleen om de stilte. Dat wat men stilte noemt is de kracht die gelijkenissen en verschillen met elkaar verenigd.
Zaterdag 3 november
Zazen van 7.30 uur
De verlichting komt dus niet voort uit de omstandigheden. De verlichting is, zou je kunnen zeggen, de herkenning van de geest. Dus het is niet iets aparts, iets individueels, iets wat gescheiden is van de omstandigheden. Juist omdat de omstandigheden zelf de verlichting zijn en niet iets anders zijn. Dat betekent dat het gehele universum nooit verborgen is geweest. Het is de ervaring van de waarheid van het gehele universum zelf.
Als je eenmaal deze intimiteit gevonden hebt, dan zul je waar je ook graaft, nooit iets
anders vinden dan de waarheid, zelfs al zou de wereld in kleine stukjes verbrijzeld zijn.
De waarheid kent geen onderscheid. Ze staat boven de taal en boven de gedachte. Ze scheidt de dingen niet van elkaar. Ze is bijzonder en magisch. Dit ontwaken is de kracht die gelijkenissen en verschillen verenigd.
Uiteindelijk is dit ook wat men ontdekt in de moderne wetenschap. Hoe verder men gaat in het onderzoek, in de ontdekkingen, hoe elementairder het wordt, hoe meer men deze gelijkheid, deze eenheid vindt. Als je zazen beoefent dan kun je dit juist voelen in de diepte van jezelf. Zelfs al kun je het niet wetenschappelijk bewijzen. Je voelt het in het bestaan, in het bewustzijn, in de intelligentie zelf van je eigen cellen.
Je moet alleen wel ergens doorheen. Je moet namelijk je ego loslaten, d.w.z. je ideeën, je beperkte en gescheiden bewustzijn. Maar op het moment dat men ontwaakt is maakt zelfs dit deel uit van het boven gelijkenissen en verschillen staan. Op het moment dat je het ego losgelaten hebt, dat je verder bent gegaan, dat je de weg hebt gevonden die uitstijgt boven het ego, dan heb je geen probleem meer met dit begrensde ego.
Dat wil dus niet zeggen dat je dit begrensde ego afwijst, dat je het ontkent maar in tegendeel dat je het accepteert in deze eenheid boven gelijkenissen en verschillen. Maar hoe onbetekenend en klein dit ego is, desondanks is het een groot obstakel. Want het bevat alle angst, alle pijn, en bovendien is het geïsoleerd omdat het geen universeel bewustzijn heeft. En het weet niet in welke richting het moet ontsnappen voor zelfbehoud, om zich beschermen. Ik denk dat iedereen die een spirituele weg beoefent, iedereen die de weg van de zen is gegaan en daarbij inbegrepen de grote meesters zoals Dogen, of zelfs Boeddha of Boddidharma, dat al deze mensen dat gevoeld hebben, beleefd hebben. Het is een normale reflex van het ego om zich te beschermen, om zich te versterken, om een harnas te maken. Om zich te rationaliseren, om een uitleg te gaan geven, om zich te verdedigen. Om zich te bevestigen, om zich sociaal te beschermen.
Maar die angst blijft ook binnen de bescherming, binnen het harnas.
Er is een gezegde waar ik veel van houd. Dat luidt "er is geen andere plek om te ontsnappen dan het satori." Je kunt misschien een momentje ontsnappen, enkele maanden of enkele jaren. Je kunt ontsnappen in het excuus dat zazen moeilijk is, dat zazen pijn doet. En het gaat dan niet alleen om de spierpijn maar een veel diepere, een veel fundamentelere pijn. Maar als je geduld hebt, als je voorbij laat gaan, als je boven deze angst staat dan verliest dit lijden volledig zijn grootte, zijn belang.
Het dharma wordt sterker, het ego wordt zwakker.
Zaterdag 3 november
Zazen van 11.00 uur
De volgende zin luidt: "deze intimiteit is natuurlijk en onbewust en wordt dus niet besmet door gecompliceerde gedachten."
Dat is belangrijk tijdens zazen. Je wordt geconfronteerd met de basis van de dingen d.w.z. met ons eigen fysieke lichaam. We kunnen het hebben over de geest of over de ziel of wat dan ook, maar men wordt geconfronteerd met zijn fysieke lichaam.
En je wordt ook geconfronteerd met je bewustzijn, je basisbewustzijn d.w.z. je gedachten, je innerlijk gesprek. Uit de vorige zin kun je ook afleiden dat als je de verontreinigende gedachte stopt, je dan komt tot deze natuurlijke en onbewuste intimiteit.
Maar hoe?
Sensei heeft met ons veel gepraat over hishiryo. Om dit begrip in die periode aan ons duidelijk te maken gebruikte hij metaforen als vertalingen.
Hishiryo is geen term die letterlijk uit het Japans vertaald kan worden.
Filosofische zenteksten gebruiken vaak dit soort specifieke zentermen. Ze zijn noch Chinees noch Japans.
Ik herinner me dat hij probeerde ons dit uit te leggen. Hishiryo, wat is hishiryo?
De vertaling die mij het beste beviel was "denken uit de diepte van het niet denken". "Thinking from the bottom of the non-thinking" was de uitdrukking van Sensei.
Maar ook: "thinking to not thinking". Dan wisten we niet meer of het Sensei was die slecht Engels praatte of dat Roland niks van de zen begreep. Maar wat mij de slechtste interpretatie leek was "denken aan niet-denken".
"Thinking to not thinking. Thinking about not-thinking." Voor mij was dit een onmogelijke tegenstelling. Tegenwoordig denk ik nog steeds dat het niet de beste vertaling is, maar ik denk wel dat het een belangrijk punt is. Denken aan niet-denken. Om deze eeuwige gedachte te stoppen. Deze voortdurende gedachte die een groot deel van onze energie bezig houdt. Men zegt dat vleermuizen golven uitzenden. Ze zijn half blind, deze golven worden terug gekaatst net als bij een radar. Ze weerkaatsen op objecten, op vormen en worden opnieuw door de vleermuizen ontvangen en geven hen een beeld van de werkelijkheid. Onze voortdurende gedachten, ons voortdurende innerlijke gesprek dient er eveneens voor dat wij een concreet beeld van de werkelijkheid, van ónze werkelijkheid behouden. Werkelijkheid van de ons omringende wereld.
En dus denkt men. Men denkt, men stelt zich gerust, men rationaliseert.
Zelfs als men aan flauwekul denkt.
Men blijft juist in de staat van het niet-ontwaken van de intuïtie.
En zelfs tijdens zazen gaat men door met denken. Terwijl het zeker is dat wanneer men zich diep concentreert op de ademhaling en op de houding op dat moment de gedachte onderbroken wordt. In het Japans heet dit shikan. Shikan dat wil zeggen, één ding tegelijk, b.v. alleen maar geconcentreerd zijn op de ademhaling.
Maar je kunt je ook concentreren op het niet te denken. Je kunt je ook shikan concentreren op het niet-denken. Denken aan niet te denken. Niet vergeten te denken aan niet te denken.
"Hoe stop je met denken?" zei Sensei. Dat kan inderdaad een probleem zijn.
Want als je denkt aan niet-denken, denk je.
Okay, laten we het niet-doen noemen.
Maar daar is men niet aan gewend. Niet-doen, hoe doe je dat?
Je kunt zelfs de gedachte in het leven van alledag onderbreken, niet alleen tijdens zazen. Het is aan iedereen zelf om niet-doen wat denken betreft te exploreren, te onderzoeken.
In het begin zul je veel energie verbruiken, zul je veel spanning hebben om de gedachten te kunnen onderbreken. Maar uiteindelijk gaat het zonder spanning, zonder moeite.
En dan is er stilte. De plek is vrij, schoon.
De intimiteit is er op een natuurlijke manier. Het is een ander soort gedachte die men soms de stille gedachte noemt. De toestand waarin de gedachte stille intuïtie is hangt niet altijd af van de uiterlijke omstandigheden of van hulp van buiten.
Al heeft deze intuïtie, deze stille gedachte, niet de vorm van wat we gewoonlijk kennen, zoals woorden, bla-bla-bla bla-bla-bla, net luchtbellen, heeft het toch nog een concrete vorm.
Deze concrete vorm dat zijn de bergen en de rivieren. Geraffineerd, subtiel, magisch. Hun magie, hun subtiliteit, hun verfijning, hun perfectie is het feit dat deze bergen en rivieren de concrete vorm zijn van onze stille gedachten. Dat is hun perfectie. Dat is onze perfectie.
"Ze zijn perfect" zegt Dogen.
Zondag 4 november
Zazen van 7.30 uur
Elke zin van Dogen is het waard om in detail bestudeerd te worden. Om in detail over na te denken. Door middel van je beoefening en door middel van je ervaring.
Hij zegt: "Het feit dat de taal de weg van het Boeddhisme niet perfect kan uitdrukken, is van diepe betekenis. Dat is de reden waarom we een term als verhelderen gebruiken." Je kunt de weg van het Boeddhisme met woorden niet perfect uitleggen. Je kunt hem ook niet met cijfers of met getallen uitleggen.
Bijvoorbeeld een tekst als het oude testament in de bijbel heeft zijn betekenis in de woorden, maar elk woord, elke letter heeft ook een getalswaarde.
Sommige passages in de bijbel hebben een magische getalswaarde. Deze getalswaarde kun je door middel van geometrie bestuderen. In de bijbel wordt niet alleen met woorden uitgedrukt maar bovendien kun je nog berekenen, je kunt als het ware enkele passages in de ruimte tekenen. Dat wil zeggen men concretiseert maximaal.
In het ware Boeddhisme daarentegen concretiseer je op het niveau van je eigen wezen, direct van je eigen lichaam, dat je een perfecte geometrische vorm laat aannemen.
Dat is de reden waarom ik tegen je zeg dat je niet moet aarzelen om voor je zenstudie er ook wat naast te doen, b.v. bepaalde oefeningen om vastzittende delen van je lichaam te bevrijden. Als iemand bepaalde lichamelijk problemen heeft en hij bevrijdt ze door er aan te werken dan zal het ontwaken veel groter, een veel rijkere ervaring zijn dan iemand die op een natuurlijke manier kan gaan zitten, die een gemakkelijk lichaam heeft.
Maar de concretisering van zazen gaat door het lichaam.
Het spreekt voor zich dat het feit dat je niet met woorden kunt uitleggen een diepe betekenis vormt. Eens temeer omdat taal niet alleen maar woorden is. Taal kan ook getallen zijn, tekens, gebaren, in feite alle concepten. Taal is een verbeelding van het abstracte. Dat wil dus zeggen dat men het niet berekenen, niet meten kan.
Maar het is interessant te zien dat als je iets anders dan de zen bestudeert, dingen die je wel goed met taal kunt uitleggen, dat je dan toch de dimensie van de zen meedraagt in je ervaring. Soms kun je juist door die andere beoefening, dat kan willekeurig welke beoefening zijn, vaststellen dat je een andere dimensie met je mee draagt.
Deze andere beoefening kan de beoefening van het dagelijks leven zijn, het kan je werk zijn, het kunnen lichamelijke oefeningen zijn waar ik het net over had, of ook psychologische oefeningen. Of eenvoudig voedsel bereiden.Het is in deze simpele begrensde handelingen dat je de dimensie van zazen beter kunt waarnemen. Wij westerlingen evolueren in onze relatie met zazen.
Het is nu 30 of 35 jaar dat de zen in Europa is overgedragen en we evolueren in onze relatie met deze mythische diersoort dat zazen is.
Zondag 4 november
Zazen van 11 uur
Zorg dat je zafu correspondeert met je lichaamsbouw. Je mag namelijk niet te veel naar achter zitten. En leg de vingers van de ene hand precies boven de vingers van de andere.
Als je een te platte zafu hebt dan ga je dat compenseren met een overdreven buiging van de onderrug naar voren om zo je knieën op de grond te laten drukken. En is je zafu te hoog dan schep je daarmee vanzelf een overdreven buiging.
Het is dus erg belangrijk om de goede hoogte te vinden. In het algemeen heeft men tijdens deze sesshin een goede houding.
Mondo
Eerste vraag:
Tijdens het kusen heb ik je horen praten over de intuïtie binnen de houding.
Dat je niet moet proberen om een object te vinden of om objectief te zijn…
Meester Kosen: … om het object aan te raken.
…en op dat moment heb je mijn houding gecorrigeerd. Als je mijn houding corrigeert volgt dat objectieve criteria of is het de intuïtie waarmee men de houding corrigeert?
Antwoord:
Ik denk niet dat je vraag te maken heeft met de Zazenshin, maar goed.
Wanneer je de houding corrigeert gebruik je natuurlijk objectieve criteria.
Ten eerste al is degene die corrigeert niet in zazen. Hij corrigeert als een beeldhouwer. Natuurlijk heeft hij de kennis van zijn eigen zazen en van zijn eigen houding. Als ik een houding zie dan kan ik precies voelen wat er binnen in die persoon gebeurt en wat eraan scheelt. Ik weet waar ik moet aanraken of corrigeren omdat ik het gewend ben. Het is duidelijk dat het hier om een objectieve handeling gaat.
Ik heb nooit de ervaring gehad, maar er zijn soetra's die vertellen dat je tijdens zazen in het lichaam van een discipel zou kunnen binnentreden en dan voelen wat er niet in orde is in zijn geest of in zijn lichaam en er zeker van zijn.
In dat geval zou het zijn zonder het object aan te raken.
Wanneer je de houdingen corrigeert dan is dat objectief. Je gebruikt er een rechte stok bij, een concreet object. Voor degene die de correctie ontvangt is het niet altijd even duidelijk. Ik herinner me dat Sensei mij corrigeerde en dat ik zijn correctie niet begreep. In feite zat ik scheef zonder dat ik me er zelf bewust van was. Hij corrigeerde me, maar ten opzichte van mijn innerlijk model, dat scheef was, had ik de indruk dat ik scheef zat juist wanneer ik recht zat. Dat is de reden waarom ik geloof in corrigeren maar het heeft zijn grenzen.
Sensei corrigeerde de houdingen veel maar er waren in die tijd bijna alleen maar beginners. Toen ik met zazen begon was hij twee jaar in Frankrijk en er waren alleen nog maar beginners. Veel mensen hadden moeite met de houding en raakten b.v. met knieën de grond niet. Ik herinner me dat Sensei zijn knie in je rug zette. Hij overdreef juist de buiging in de rug. De correctie die van buiten moet naar mijn mening een indicatie zijn. Een lichte, precieze indicatie is het beste.
Als je de houding corrigeert zijn er een aantal sleutelpunten. Je moet niet te veel in detail treden. Geen gecompliceerde correcties. De eerste borstwervel is zo'n punt. Deze raak je zachtjes aan en ter gelijkertijd trek je de kin in.
De kin, de eerste borstwervel, de vijfde lendenwervel en het heiligbeen, eventueel de borst en de schouders. Het moet simpel zijn en de belangrijke punten raken. En wel op een dusdanige manier dat de persoon in alfagolven kan blijven om het zo te zeggen. Het moet innerlijk indruk op het lichaam maken en op een hele precieze manier, in de sleutelpunten.
Natuurlijk als iemand gebogen zit dan duw je hem weer recht maar zo eenvoudig is dat niet.
Het is een kennis. Het is altijd yin en yang d.w.z. je lichaam drukt zich uit in yin of in yang. Als je gedeformeerd bent dan komt dat omdat er ergens iets te veel is en dus een manco ergens anders. Als er een teveel is in de rug ga dan het manco in de buikstreek vinden.
Ideaal is dat degene die er het oog voor heeft ziet waar de energie zich blokkeert. Dat kun je zien. Ik weet niet hoe maar het is mogelijk. En breng dan de handen precies op de sleutelplekken, zo zal de persoon het goed kunnen begrijpen.
Het is een kunst, het is fascinerend. Het is heel objectief, wetenschappelijk bijna. Het is bijna fysiotherapie. Soms zie ik dat je niets kunt doen of dat het nog niet het moment is om iets te doen.
Wat ik nog vergeten ben te zeggen is, ik denk dat de ware correctie bij jezelf ontstaat door een persoonlijke inspanning, persoonlijk werk. Je kunt van binnen uit begrijpen. Waarom is dat daar geblokkeerd? Het zijn dingen van het karma, hele oude dingen. En je kunt ze begrijpen door er van buiten aan te werken.
Zoals ik jullie in de sesshin onderwezen heb, moet je dingen naar je plant toebrengen en niet alles van je plant zelf verwachten. Ik denk dat je eraan moet werken. Er zijn duizend verschillende methodes om je lichaam te leren kennen.
Dat kan b.v. yoga zijn, of bepaalde oefeningen om leniger te worden of om spieren te versterken, bodybuilding, bodyherstel, bodybegrip. Een objectieve en technische benadering en dat zich zal versterken door zazen.
Juist omdat je kennis hebt van zazen, omdat je kennis hebt van je lichaam, zal het als je aan je lichaam werkt grote invloed hebben, zal het zeer werkzaam zijn.
En dus denk ik dat je daar niet voor moet terugwijken. Zo kun je er werkelijk van profiteren dat je in zazen voelt "oh kijk, het is daar niet meer geblokkeerd, nu kan ik adem halen, nu stroomt de energie vrij rond, van daar naar daar." Het is fantastisch om dat te kunnen voelen.
Tweede vraag:
In de soetra van de grote wijsheid wordt gezegd dat de verschijnselen leeg
zijn. En nu vraag ik me af, is het ontwaken zelf ook vergankelijk? Heeft het ontwaken zelf ook geen vaste kern?
Antwoord:
Ja, dat spreekt voor zich. Ik vertel vaak dit verhaal van Sensei. Het geeft een heel goed antwoord.
Sensei had op een dag een kusen gelezen waarin een tekst stond die zei: De Boeddha voorspelde dat 500 jaar na zijn verlichting de mensen nog steeds de verlichting zouden kennen maar dat het er veel minder zouden zijn. Meteen na zijn verlichting was het gemakkelijk om te ontwaken en de mensen hadden een grote verlichting.
En 500 jaar later was het minder, 1000 jaar later was het nog minder.
Boeddha zei: 2500 jaar na mijn verlichting zal niemand meer de verlichting hebben, niemand zal nog satori hebben. Ik was heel erg onderste boven van dit nieuws omdat ik zelf hoopte de verlichting te verkrijgen. Dus vroeg ik hem: Sensei, wat doen we dan eigenlijk nog, wat is onze hoop? We hebben geen enkele hoop, we komen er niet meer uit.
En hij antwoordde mij: maar nu is het veel beter. Nu hebben we geen satori meer nodig. Hij zei: als je geen illusies meer hebt, dan heb je ook geen satori meer nodig. Op het moment zelf begreep ik helemaal niet wat hij wilde zeggen. Ik wist dat hij iets origineels, iets intelligents gezegd had, maar…
Hoe dan ook, hij liet me lachen. Hij kon zeggen wat er wou en ik moest erom lachen. Ja, rijpheid. Er zijn momenteel twee dingen aan de hand in deze tijd. Ik vind dat het een geniale tijd is. Zelfs al zouden we er allemaal aangaan dan vind ik het nog een geniaal tijdperk. We hebben een buitengewone kans om in deze tijd te leven.
Er zijn twee dingen: enerzijds wordt de menselijke geest steeds gekker. De menselijke gekheid, de menselijke perversie neemt een enorme dimensie aan, globaliseert zou je kunnen zeggen. Dat is een zeer angstwekkend en zorgwekkend fenomeen. Maar ter gelijkertijd is er een rijpheid op menselijk niveau die er eerder nooit geweest is. En deze rijpheid is zeer positief, al was het alleen maar door objectieve kennis, door wetenschappelijke kennis. De actuele nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen zijn er ook omdat de rijpheid van de menselijke geest evolueert.
Er is een enorme rijpheid die er 2000 jaar geleden nog niet was, dat is duidelijk. Ook al was Boeddha een geweldige meester, fabuleus, uitstijgend boven alles wat je tegenwoordig kunt zien, en zelfs al hadden de mensen een heel simpel leven en waren ze ongecompliceerd, ze hadden nog geen televisie enz., en de monniken in die tijd een zeer strikte levensdiscipline hadden, een beoefening die veel krachtiger was dan de onze, hadden ze toch niet de rijpheid die wij nu in het algemeen hebben. Een rijpheid die aan niemand toebehoort. Die is juist leeg. Ze is leeg maar ze is in het collectief onbewuste. Misschien de rijpheid van de cellen, het bewustzijn van onze eigen cellen, en misschien ook de rijpheid van duizenden jaren van beoefening van zazen. Maar het is niet alleen maar de beoefening van zazen, het is een rijpheid van het begrip van de kosmos.
Er is niet meer het satori als vroeger, terwijl we toch in een moeilijke tijd leven.
Dat is wat ik denk. Het ontwaken dus. Het is niet nodig, het ontwaken. Gelukkig bestaat het, dat wil zeggen iedere keer wanneer men iets realiseert, wanneer men evolueert, zelfs met heel eenvoudige dingen.
Het ontwaken kan ook heel simpel zijn. Het ontwaken in ons leven, in onze dagelijkse relaties, met de mensen met wie je samenleeft, het ontwaken in de relatie met onszelf. Dit ontwaken is heel simpel.Ontwaken is niet alleen: ah, mijn god, ik heb alles begrepen! Overigens zegt Dogen zelf: in deze tekst heb ik het niet over een verlichting waardoor men de gehele kosmos begrijpt, en dat soort dingen. Ik heb het over een stille intimiteit, stille, kalme, rustige intimiteit.
Dat is de reden waarom hij het over licht heeft. Hij spreekt over licht omdat er geen obstakel is tussen het ding en jezelf. Tussen de realiteit en jezelf, omdat er stilte is.
Zodra een gedachte zich in het hoofd installeert, BAM…, dan neemt ze je in beslag. Het is een goede uitdrukking. Je ziet niets meer, deze gedachte neemt alle plaats in. En deze gedachte is niet echt reëel. Ze dwingt zich aan jezelf op door ik weet niet wat voor wonderlijke weg. Er zijn onschuldige gedachten, maar er zijn ook gedachten die sterk zijn, problemen die je hebt bijvoorbeeld.
En op het moment dat je stopt met die gedachte en je kalm wordt, dan komt er een licht in de zin van dat je duidelijk ziet. De verontreiniging houdt op.
Er is geen afstand meer tussen de dingen en jij.
Dat is wat Dogen licht noemt. Het is geen kunstmatig ontwaken. Het is de normale toestand, het zijn de normale condities. Dus in zekere zin is er niet iets dat verandert.
Je vroeg me: is het ontwaken vergankelijk? Er zijn bepaalde vormen van ontwaken die vergankelijk zijn. Bijvoorbeeld: kan ik vandaag iets van mijn lichaam of geest ontdekken, iets dat me buitengewoon lijkt. "Eureka…, maar natuurlijk…, dit is geweldig belangrijk."
Dat is vergankelijk. Omdat over 15 dagen, of over een maand of over een jaar ik tegen mezelf zal zeggen "maar het was uiteindelijk niet zo geweldig belangrijk, op het moment zelf vond ik het te gek, maar het was niet zo heel erg belangrijk".
Het is een beetje als met de liefde: "Ah, ik ben verliefd. Oh, deze persoon van wie ik houd, wat is die toch geweldig". En een jaar later zegt men: "Maar hoe heb ik kunnen houden van deze persoon". Dat is precies hetzelfde, de liefde is een soort van ontwaken, een extase.
Maar we hebben het nu over het bewustzijn dat niet verontreinigd is door de dingen. Dat niet geconstrueerd is. En dat beweegt niet, dat niet vergankelijk.
Derde vraag:
Geloof je dat het mogelijk is om mushotoku te zijn, of om het te worden en altijd te blijven?
Antwoord:
Het is jammer want dat doet me meteen denken aan het vervolg van de tekst.
En ik heb de tijd niet om het te beëindigen, ik kan het in deze sesshin niet afmaken. Ik zal het de volgende sesshin doen.
Dogen zegt - hij gaat door met het praten over dit licht, over dit bewustzijn - dat zelfs al heeft de Boeddha onderscheidende gedachten, want niet mushotoku zijn betekent eigenlijk dat je onderscheidend denkt, hij dan nog steeds mushotoku is.
Ik heb nu de precieze tekst niet hier, maar het spreekt voor zich. Mushotoku bestaat niet. Mushotoku is een symbool. En wel daarom omdat de dimensie van zazen geen begrenzing heeft. Er is geen begin, er is geen eind.
Dus zelfs als je een kilometer aflegt in iets dat onbegrensd is dan wil dat helemaal niets zeggen. Dat is de betekenis van mushotoku. Het is niet iets waarvan je je een idee moet maken met menselijke dimensies. Dat wordt het namelijk moralistisch, dogmatisch.
Mushotoku is iets dat voor zich spreekt. Als je binnenkomt in iets dat geen begrenzingen heeft, verwacht dan niet dat je kunt meten wat je daarmee verworven hebt.
En inderdaad als je loslaat, als dat accepteert, opent dat een relatie met deze dimensie van zazen die veel vloeiender, veel genereuzer is.
Maar als je tegen jezelf zegt: "ik heb vooruitgang geboekt", of "ik doe nu al tien jaar zazen doe dus pas op, je moet me respecteren" of dat soort dingen…
Wat wel zeker is, is dat of je nu zazen doet of niet, hoe ouder je wordt hoe meer je op menselijk niveau, vanuit menselijk oogpunt, mushotoku wordt.
Hoe meer je loslaat, hoe meer je afstand neemt van de dingen, hoe meer je zult beseffen dat je niet eeuwig bent, dat je zult verdwijnen, dat je niet zo heel erg belangrijk bent. Zó evolueer je wel vooruitgang wat mushotoku betreft.
Maar het is moeilijk om te zeggen: "nu ben ik mushotoku."
Of anders ga je gaat de term verengen, en je maakt er iets doms van, iets bekrompens.
Ik denk echter dat je om zazen te doen mushotoku moet zijn, er is geen alternatief. Je kunt zazen niet beoefenen als je niet mushotoku bent. Op een bepaalde manier moet je gek zijn.
Als je zazen bekijkt vanuit sociaal oogpunt, vanuit een gewoon oogpunt, dan kun je er niets mee, klopt het niet met de rest, heb je daar niets te zoeken.
Wat brengt je er dan toe om zazen te gaan doen, als er niet iets is dat je kunt meten, dat je kunt berekenen?
Het is dus alleen een intuïtie. Misschien een aangeboren ontwaken, een speciaal soort vertrouwen of geloof.
Misschien gaat men omdat vrienden ook gaan en omdat men vindt dat ze een goede energie hebben. En omdat men ook wil deel uit te maken van de club. Maar dat is geen zen. Op het moment dat je vriend ziek wordt, of dat hij niet meer naar zazen gaat, dan stop jij ook met zazen. Zazen valt niet uit te leggen, niet voor, niet tijdens en niet na. Dus als je niet al een soort intuïtie hebt van de dingen die maakt dat je niet weet waarom, maar...
Sensei vertelt: "toen ik meester Kodo Sawaki ontmoette heb ik zijn aantekeningen gelezen, en ik las: 'je kunt hoe dan ook met zazen niets bereiken' vond ik dat heel bijzonder, omdat ik zoiets nooit eerder gehoord had". En het beviel hem.
Terwijl het overgrote deel van de mensen zegt: "als je er niets mee kan verkrijgen dan vertrek ik weer, ik ben niet gek, ik heb geen tijd te verliezen."
Ik heb mensen van de televisie gezien, die kwamen zazen filmen. Ze waren daar met een camera en niemand bewoog. Ze zeiden: " we kunnen niet iets filmen dat niet beweegt, dat is niet mogelijk. Steek toch een wierookstokje aan, of sla op de klok, of zing wat of doe gassho of die neerbuigingen op de grond, maar doe iets, want we zijn een film aan het maken"…Je kunt wel twintig jaar zazen gedaan hebben en is één seconde dat je je geest afwendt is voldoende om de dingen te zien vanuit sociaal oogpunt en te zeggen: "maar wat doe ik in godsnaam hier?"
Want vanuit persoonlijk oogpunt kun je wel een berekening maken, dat is zonder zeker.
Zen biedt geen houvast en vanuit een sociaal oogpunt kun je kunt er niets mee, tot nu toe tenminste. Misschien gaat het ons lukken.
En zelfs als je er iets mee kon, dan zou dat onverdraaglijk zijn. Omdat mushotoku in het sociale leven niks wil zeggen.
Vertrouwen, geloof, vanuit het sociale leven, akkoord, maar zeg eens, geloof waarin eigenlijk?
Als je dan zou zeggen: "geloof in God", "Aha, goed."
"Maar nee, bij ons zelfs geen god."
"Maar geloof waarín dan? In de houding? Maar waarom zou je geloof hebben in het feit te blijven zitten en pijn in je benen te hebben? Dat is belachelijk. Het slaat nergens op."
Je moet goed begrijpen dat wanneer je zazen doet, je al mushotoku bent. Anders zou je de dojo niet eens kunnen binnenkomen.Er is iets in ons dat zich op het niveau van mushotoku bevindt, dat deze dimensie begrijpt. Zonder dat is het niet mogelijk.
Want op het moment dat je de zaak objectief gaat bekijken, dan zeg je tegen jezelf: "verdorie we zijn hier al vier dagen om pijn in onze knieën te hebben, en als je rond kijkt: wie heeft hier eigenlijk het satori?"
Zelfs ik niet, zie je. En dan wordt het interessant. Dan krijgt het een andere dimensie, een interessante dimensie. Want er is iets in ons dat maakt dat we hier naartoe gekomen zijn, dat we betaald hebben, dat we de reis gemaakt hebben, dat we zijn gaan zitten terwijl het ook nog pijnlijk kan zijn. En dat íets, dat is het satori. Maar we weten niet wat het is, en dat íets, dat is kostbaar. Maar het is lastig om erover te praten en om het te beschrijven.
Vierde vraag:
Mijn vraag is een vervolg op wat je net verteld hebt. Want wij zijn een groepje in Thonon en we proberen zazen aan nieuwe mensen over te brengen. Ik stel vast dat het heel erg moeilijk is, juist omdat je niets aan te bieden hebt. Nou ja, je biedt een houding aan, maar uiteindelijk heb je helemaal niets. Soms zeg ik tegen mezelf: de mensen zijn oppervlakkig, ze gaan van het ene ding naar het andere.
Maar het is geweldig moeilijk want juist met het kusen, toen ik hier kwam toen zei ik tegen mezelf: "Stephane gaat het hebben over wat voor mij de eerste vraag is, namelijk: hoe kan je zazen begrijpen met de Zazenshin. En als ik zie dat de Zazenshin uiteindelijk vreselijk moeilijk te begrijpen is, dan weet ik niet hoe ik de dingen moet uitleggen.
Antwoord:
Maar we hebben allemaal precies hetzelfde probleem. Iedereen wordt daarmee geconfronteerd, sinds ik met zazen ben begonnen, word ik daarmee geconfronteerd. Zelfs in de tijd van Sensei.
Er zijn bepaalde mensen die ervoor kiezen om veel vorm aan de zen geven, juist om zichzelf gerust te stellen, omdat ze er niet over kunnen praten.
Ik weet het niet, misschien hebben ze niet voldoende geloof en zeggen ze tegen zichzelf: er zijn ceremonies, en je kunt soetra's leren, en er zijn schaaltjes die je zo moet neerzetten, en je moet het precies zo doen. Er zijn vormen, er is een techniek die men onophoudelijk kan controleren, en dat is geruststellend.
Dan ben je Japanse zen aan het doen natuurlijk. Dat is waarom mensen Japanse dingen willen doen, iets folkloristisch. Een dojo met een echt groot Japans houten blok, met kleine Japanse huishoudelijke voorwerpen en Japanse wierook. Ze doen het op z'n Japans, het Boeddhisme met een grote B. Want Boeddhisme, dat moet je kunnen ruiken.
Maar als je de pure zazen wilt beoefenen...
En dan heb ik het niet alleen over vandaag. Hoeveel discipelen waren er eigenlijk? Wanshi had er misschien tien, en meester Joshu, één van de grootste Chinese meesters, had acht discipelen. Hij kende hetzelfde probleem als meester Wanshi: hij werd uitgescholden en beledigd door de rinzaï-meesters die zazen aan het hof onderwezen met koans en stokslagen. Het hof, de keizers, de prinsen kwamen in die dojo. En Wanshi had 10 discipelen. Snap je? Maar goed, zo is het.
En wijzelf onderwijzen ook. Dat diepe vertrouwen is niet alleen iets passiefs. Het is ook iets... Het is zelfs mogelijk dat je die innerlijke zekerheid niet meer hebt en dat je toch doorgaat. Je kunt beslissen om in zazen te vertrouwen, terwijl er niets is dat dit rechtvaardigt. Als je doorgaat is het zeker dat je antwoord krijgt. Je krijgt antwoord binnen je beoefening. Het klopt dat er niet iets objectiefs te zeggen valt. En ik vind dat vervelend.
Behalve dan wanneer je beginner bent, wanneer je drie jaar zazen doet en dan zegt: "je moet zazen komen doen, dat is goed, je moet absoluut zazen komen doen."
Maar als je al twintig jaar zazen beoefent, dan zeg je dat niet meer. Ik zeg dat nooit. Ik heb vrienden die ik regelmatig bezoek en die geen zazen doen.
Ik zeg nooit tegen ze: je moet zazen gaan doen.
Maar er zijn ook mensen die zin hebben om zazen te doen. Je moet de mensen informeren. Je moet een bepaald werk verrichten omdat juist diegenen die voorbestemd zijn om te komen, de weg ook vinden. Ik zou moeite hebben argumenten te vinden om zazen te verdedigen. En toch heb ik geen enkele twijfel. En zelfs al zou iedereen weggaan, dan nog zou ik in mijn eentje doorgaan met zazen. Mijn hele leven lang. En ik zal altijd vertrouwen hebben in mijn meester. Maar wanneer je de schoonheid ontdekt van zazen…
Zazen is iets wat volledig menselijk is, het gaat over de mens. Het is de enige religie die over de mens praat in zijn hoogste dimensie. En het is grappig, in de volgende zin, juist waar ik opgehouden ben - nu schiet het me weer in de geest - zegt Dogen: "het feit dat je niet over zazen kunt praten, dát is waarover je praat. Je praat over het feit dat je er niet over kunt praten. Het feit dat je er niet over kunt praten is erg belangrijk."
Het is een belangrijk punt. Het is een aanbevelingsbrief.Ik lees jullie dat misschien nog voor. Maar goed, als er mensen zijn die willen komen dan leg je het ze uit en je kunt zeggen: het is goed voor de gezondheid, je krijgt er energie van." In Amsterdam is er een zazencursus. Men lokt de mensen met een zencursus. De mensen betalen en men legt ze concreet dingen uit. Ze leren iets. Vanzelf ontdekken ze dat de cursus duurder is, en dat men daarna tegen ze zegt: "nu is het goedkoper en nu begint de beoefening pas."
En dan zijn er die weg gaan en zijn er die blijven.
Vijfde vraag:
Deze vraag heeft te maken met de beoefening van zazen en met de beoefening ten opzichte van het ontwaken.
Je doet zazen en je zegt tegen zichzelf dat je ontwaakt bent, en je stelt vast dat er steeds meer mensen om je heen verdwaald raken, zich geen raad weten. En je hebt de gelofte van de bodhisattva, dus zeg je in het diepste van jezelf: "ik neem mijn spulletjes bij elkaar en ik ga weg, Ik wil er niet meer over horen praten. Het is te erg." Of je zegt tegen jezelf: "Okay, ik ga door, ik doe het ermee. Ik zal wel zien."
Het zijn een beetje gemakkelijke antwoorden die men zich geeft. Men zegt tegen zichzelf: "nou het komt wel goed." Maar de onwetendheid is overal, de onwetendheid is steeds dominanter. Hoe langer je zazen beoefent hoe meer je de indruk hebt dat je een zaklamp bent in een totaal donkere kamer.
Antwoord:
Je moet ook zelf slagen in de werelden die komen. Je moet erin slagen om niet gek te worden, om, laten we zeggen, niet besmet te worden. Niet alleen door anthrax, maar ook door de egocentrische gekte en door het geweld van de mensheid.
De bron in jezelf terug vinden. Dat is al moeilijk. En wat betreft het helpen van mensen: men helpt in het dagelijks leven door hele simpele dingetjes, door een grapje bijvoorbeeld. Of flauwekul die je uithaalt, of een goede gedachte of kleine raadgeving. Kleine simpele dingetjes, menselijke dingetjes. Heel gewoon, dat is alles.
Vraag: Maar als je vaststelt dat je gedurende tien jaar telkens mensen ontmoet die verloren en ontwetend zijn, dan zeg ik tegen mezelf, ik doe zazen, maar wat geef ik hun eigenlijk werkelijk?
Antwoord: Als je werkelijk iets te geven hebt dan moet je dat doen, het is niet zazen dat je daarvan weerhoudt.
Vraag: Ja, maar ze zijn nog steeds even ontwetend.
Antwoord: Maar het is mogelijk om iets te doen. Ik weet bijvoorbeeld dat ik ten opzichte van mijn ouders iets gedaan heb, bij mijn vader, mijn moeder en ook bij mijn zus. Ik heb werkelijk iets gedaan wat ze op een duidelijke manier heeft doen evolueren, allemaal. Zelfs bij de vriendin van mijn vader en ook bij mijn grootouders. Er heeft iets plaats gevonden, dat is duidelijk.
Vraag: Ten opzichte van de dimensie van zazen, ten opzichte van alles wat dat uitstraalt en vanuit het oogpunt van de gelofte van de bodhisattva en alles wat dat met zich meeneemt: van de bodhisattva wordt verwacht dat hij de onwetendheid van niet ontwaakte mensen kan elimineren, kan opheffen, tenminste in zijn eigen familie, zodat ze niet onwetend verdwijnen.
Antwoord: Er zijn verschillende niveaus om mensen te helpen. Er is het niveau...
De gelofte waarover je het hebt, luidt: "hoeveel wezens er ook zijn in mijn eigen geest, ik doe de gelofte om ze allen te redden."
Dat is de grote dimensie, dit is de vertaling van de zesde patriarch, van Eno.
Hij beschouwde dat al het bestaan als zijn geest, en dat de geest de realiteit kan beïnvloeden. Dat is een volledig subjectief vertrekpunt.
Er is ook het objectieve vertrekpunt, dat helpt op elk moment, in de realiteit die men ontmoet. Of dat nu met vrienden is of met mensen in de straat. Daar waar je met je aanwezigheid kunt helpen. Als je zelf in een evolutiebeweging bent en niet stagneert, als je jezelf niet beklaagt, dan denk ik dat je contact met anderen altijd positief is.
Vraag: is het noodzakelijk dat ik verdraag…, nou ja, verdragen is misschien egoïstisch, is het noodzakelijk dat ik dit soort dingen verdraag? Kan ik kiezen en zeggen: "het is hun leven"?
Antwoord: Absoluut, blijf natuurlijk, doe de dingen op een natuurlijke manier. Als je geen zin hebt om iemand te zien, dan ga je jezelf niet forceren om daar naartoe te gaan. En op de dag dat je zin hebt en de ander heeft ook zin, dan kun je elkaar ontmoeten en dan ben je tevreden. Maar je gaat je niet forceren mensen te helpen waar je de energie niet voor hebt. Dus er is geen enkel probleem. Soms zeg ik tegen mezelf: "ik heb er genoeg van, ze kunnen stikken".
Vraag: Is dat in een situatie waarin je niet anders kan?
Antwoord: Je weet niet echt wat compassie is, wat meeleven is. Je weet niet hoe je de mensen helpt. Misschien zeg je op een dag tegen iemand: "luister ik heb er genoeg van, je trekt alle energie uit me. Ik heb geen zin meer om je te zien". En misschien is het juist daardoor dat je die persoon helpt. Zolang je die persoon geruststelt in zijn gekte, help je hem helemaal niet. Misschien dat hij op de dag dat je tegen hem zegt: "ik wil je niet meer zien", hij gaat veranderen. Je weet het niet. Hulp aan mensen geven is volgens mij onbewust.
Vraag: Zelfs als dat iemand is die zich verandert in een demon? Die zich tegen ons keert uit onwetendheid?
Antwoord: Nou op dat moment verdedig je je. Als je een demon tegenover je hebt moet je beginnen met je te beschermen, met je te verdedigen. Want de demon is slecht, gevaarlijk en heeft geen medelijden.
Als het een demon is, laat hem dan in zijn sop gaarkoken.
Er is een geloof waarin ik wel meega.
Dat zegt: wat je echt doet evolueren, dat is de geest.
Vraag: Maar als hij erg onwetend is?
Antwoord: Nou, dan laat je het zo. Maar soms zijn er mensen die onwetend zijn en die je versteld doen staan. Soms zijn mensen erg onwetend vanuit jouw oogpunt. Jij beschouwt ze als onwetend omdat jij een bepaalde visie hebt van onwetendheid.
Vraag: En als de handelingen altijd dezelfde zijn? Vernietigen, vernietigen…
Antwoord: Dan is diegene op een of andere manier gek. Er zijn mensen die zijn gek.
Dan zou ik me verdedigen tegenover hen. Je moet het beschouwen als een gevecht op leven en dood. Als hij werkelijk gevaarlijk is, dan kun je hem misschien helpen door hem te doden. Wie weet zal hij zich beter reïncarneren. (Dit moet je niet opschrijven - gelach) En ikzelf evolueer ook nog steeds, ik ben al veel geëvolueerd. Vroeger was ik zeer gepassioneerd, en werd ik gemakkelijk meegenomen in de dingen. Nu ben ik rustiger, kalmer, met de mogelijkheid eventueel iemand die opgewonden is te kalmeren, een hysterisch iemand tot rust te brengen. Maar je moet erg veel talent hebben om bepaalde personen te helpen.
Vraag: En als het een demon is die bijvoorbeeld de Boeddha wil vernietigen?
Wat doet Boeddha dan?
Antwoord: Men vertelt het verhaal van een neef van Boeddha die de vreselijkste dingen uithaalde, Devadata, omdat hij jaloers was. Hij zei, ik ben net zo goed als mijn neef. Hij heeft duizenden personen die hem bewonderen, maar ik ben net zo goed als de Boeddha. En hij wilde zijn plaats innemen. Hij veroorzaakte een splitsing in de sangha van Boeddha, doordat hij Boeddha begon te bekritiseren, en hij werd werkelijk volledig demonisch.
Terwijl hij in het begin nog goed was.
Op een gegeven moment is het een obsessie geworden voor hem, Hij bestreed Boeddha, hij sprak slecht van Boeddha. Hij zei, Boeddha heeft met die en die geslapen. Die vrouw is zwanger geworden door de Boeddha. En hij probeerde rotsstenen op Boeddha te laten vallen. Boeddha zelf, ik weet niet meer de exacte woorden, schold zijn neef uit. Hij
haatte hem. Men zegt de hele tijd, Boeddha had veel compassie, maar hij zei,
" Die rotzak van een Devadatta, hij is zelfs het speeksel niet waard dat ik op de grond spuug". Ik weet niet meer precies welke uitdrukking hij gebruikte, maar ik geloof dat het was "fucking bloody son of a bitch" (gelach). Uiteindelijk is er een gevecht geweest, een gevecht op leven en dood, omdat zijn neef hem wilde doden, dat was alles. Er is een gevecht van leven op dood geweest met de Boeddha, en Devadatta is gestorven. Hij is levend in de hel afgedaald. De aarde opende zich. Dat is wat men vertelt, de legende.
Vraag: En het medeleven, waar is dat dan?
Antwoord: Er was wel medeleven namelijk voor de sangha, om die niet te laten vernietigen door deze kerel. Het was misschien beter om medeleven te hebben met duizend discipelen dan met één kerel die alles wilde vernietigen. Het is niet altijd even logisch. Het is niet altijd het goede aan de ene kant en het slechte aan de andere kant. Soms is de demon zelf een afgezant van de Boeddha, die dient om de dingen te laten evolueren. Zo kun je het ook zien. Sóms zeg ik. Soms is de demon een opvoeder die je in de hel doet afdalen. De meest snelle manier om te evolueren is door af te dalen in de hel.
Maar dat doet pijn. Dus is het beter om langzaam en rustig te evolueren. En soms stuurt God een demon om je sneller te doen evolueren. En hij stuurt je naar de hel.
Vraag: Ik doe al een behoorlijke tijd zazen en ik ontvang nog steeds klappen. Ik ben een vriendelijk iemand en ik krijg steeds de volle laag. Nou goed, ik zal er wel mee leven.
Antwoord: In ieder geval denk ik dat het leven voor iedereen moeilijk is. Maar je bent ook geen slachtoffer. Je moet niet alleen maar slachtoffer zijn. Zonder geweld! De positie aannemen van beul of van slachtoffer mag niet systematisch zijn.
Misschien als je soms wat meer kracht aan de dag zou leggen, kun je de mensen helpen. Zie je, medeleven is niet zo eenduidig. Sensei gaf ons de kyosaku, en hij zei: "compassion kyosaku", bam, bam, bam. "Ik geef de kyosaku met compassie."
En vaak wanneer hij de kyosaku gaf, had hij een lichte glimlach op zijn gezicht. Men voelde dat hij van ons hield. Hij stond achter een discipel van wie hij hield en hij had een glimlach en… bam, bam, bam. Hij was tevreden.
Het was een Kyosaku vol van medeleven.
Zesde vraag:
Teilhard de Chardin heeft gezegd: "je moet niet 1 seconde te vroeg stoppen met te geloven". Wat me deze vraag doet stellen is te zien dat men 10 jaar, 15 jaar, 20 jaar, 30 jaar kan beoefenen en dan, net zoals je net verteld hebt, in één keer stoppen.
Ik vraag me af of er een manier van leven is, een manier van zijn of van beoefenen, die ons steeds meer doet open staan voor dat innerlijk vertrouwen. Want ik zou het niet willen verliezen.
Antwoord: Ik heb hier veel over nagedacht toen ik jong was. En dat bewijst dat ik een enorm innerlijk vertrouwen had. Want ik was bang om het te verliezen. Dat wil dus zeggen dat er iets in me was, want je hebt altijd deze dubbelheid in je, dat werkelijk dit innerlijk vertrouwen wilde hebben. Ik zei tegen mezelf: "ik mag nooit stoppen met zazen. Ik wil dat ik er nooit mee stop." Ik voelde de mogelijkheid van de twijfel in me. Vooral ook omdat ik ook niet gek was. De mensen die rondom Sensei samenkwamen waren een beetje vreemd.
Uit objectief oogpunt was het niet zo geweldig. Toen ik net begon zazen te doen waren er mensen die absoluut niet correspondeerden met waar ik van hield. Er waren geen jonge mensen, er waren geen uitgelaten mensen, mensen die met muziek bezig waren. Er waren vooral geblokkeerde mensen, macrobioten, Boeddhisten.
"Wat is dit voor een rare groep mensen die zo braaf het Hannya Shingyo zingen?"
Ik keek ernaar en zei tegen mezelf, nou dat is zeker niet waarom ik naar de zen gekomen ben. Er iets in me dat de zen herkende. En ik was bang om mijn geloof op een dag te verliezen, en te stoppen met de beoefening. Ik heb dat heel erg lang gevoeld. Geestig is dat. Als ik het nu van mezelf zou moeten zeggen, dan zou ik zeggen dat ik geen geloof heb en dat ik ook geen twijfel heb. Ik schep het geloof. Het is niet een verworvenheid, ook niet geloof dat je aanhangt.
Ik schep het geloof zelf.
Maar ik geloof dat ik diep in me een innerlijke zekerheid heb, een totale innerlijke zekerheid in zazen. En tegelijkertijd op individueel niveau verwacht ik absoluut niks van zazen. Het is moeilijk uit te leggen.
Ik had al had innerlijk vertrouwen in zazen voordat ik Sensei ontmoette. Dat is heel belangrijk. Ik heb de eerste keer zazen gedaan zonder Deshimaru. Mijn eerste ontmoeting was met zazen, ik had onmiddellijk vertrouwen. Daarna heb ik Deshimaru ontmoet. In het begin had ik angst. Ik had een angst die ik niet kon uitleggen.
Als ik bij hem kwam en ik nam de lift want hij woonde op de vijfde etage, dan had ik buikpijn, zo'n angst had ik iedere keer. Angst om de relatie aan te gaan met deze man die me zo extreem krachtig leek. En vervolgens heb ik deze relatie met hem gehad, met een totale idealisering, dat wil zeggen, ik wist zelfs niet eens of hij wel reëel was.
Op een dag vroeg hij mij om hem shiatsu te geven, hem te masseren, en ik zei tegen mezelf, maar deze man is niet eens reëel, hoe kan ik hem dan aanraken?
Toen ik zijn lichaam aanraakte was ik totaal verbaasd, want ik voelde dat hij bestond, en tegelijkertijd dat hij niet bestond. En langzaamaan ontstond intimiteit met hem, en heb ik de mens ontdekt. En die mens had een zeer grote persoonlijkheid, zowel in het heldere als in het verborgene. Ik heb hem ontdekt als een mens met monumentale tekortkomingen. De dimensie van de gewone man. Hij kon bijvoorbeeld zeer jaloers zijn. En hij vertrouwde niemand.
Ik was totaal naïef en dacht: maar hoe kan hij aan ons twijfelen, hoe kan hij twijfelen aan al zijn discipelen?
Later heb ik begrepen dat het beter is iedereen te wantrouwen, dat je niemand kunt vertrouwen.
Ik was toen zeer verbaasd. Zijn meest trouwe discipelen die zowat klaar stonden om hun leven te geven als het nodig was, en dan zei hij "iemand heeft een kalligrafie van me gestolen, dat moet Foussadier zijn geweest.
Haal Foussadier hier, want hij heeft een kalligrafie van me gestolen". Want er ontbrak een kalligrafie. De arme Foussadier. Ik was geen Zenmeester, maar ik was er zeker van dat Foussadier nooit een kalligrafie gestolen kon hebben.
Hij had de karaktertrekken van een gewone, menselijke mens.
Hoe meer ik hem ontdekte, hoe meer ik van hem hield. Ik hield van zijn tekortkomingen. Ik hield van hem in zijn totaliteit. Geestig is dat.
En, boem, in één keer was hij dood. We hadden daar absoluut geen rekening mee gehouden. Van de ene dag op de andere waren we verantwoordelijk voor een enorm gegeven.
Ik had gedacht dat op de dag dat ik stierf Sensei de ceremonie zou doen.
Nooit, maar dan ook nooit had ik een enkele gedachte gehad dat hij kon sterven voor mij. Dat kwam niet in me op. Voor mij was het iemand die wel honderd jaar oud zou kunnen worden.
Deze relatie leeft nog steeds in me. En zelfs als men tegen mij zegt: "Deshimaru is een demon", dan zeg ik, "okay, dan heb ik besloten om een demon te volgen. Ik heb me misschien vergist, maar het is mijn meester. Ik heb hem gevolgd, en ik ga ermee door". Het is vreemd als relatie.
Gelukkig is het niet alleen maar demon! Maar soms had hij woedeaanvallen.
Wij volgelingen waren... Yvon weet wel waarover ik het heb.
Op een dag wilde hij Yvon doden, omdat hij jaloers was. "I will kill you".
"Sensei, Sensei". Soms had hij woede-uitbarstingen, dan dachten we dat de wereld zou instorten. Deze man, wat kon hij zich roeren: "ik ben alleen, alleen. Er is niemand hier die iets begrijpt. Ik ben alleen".
Ik kan niet beter de aard van mijn innerlijk overtuiging uitleggen. Ook nu hoop ik dat ik mijn hele leven tenminste door kan gaan met zazen, dat ik die kracht heb. Maar ik denk dat ik dat heb. En als ik dat zeg, dan wil dat zeggen: ook alleen.
Want als ik beoefen dan zijn er andere mensen, dan is er een sangha, ik beoefen sesshins. En dat helpt.
Sensei zelf zei: ik beoefen ook dankzij mijn discipelen, omdat ik zo de noodzaak heb om 's morgens op te staan, omdat jullie er zijn. Jullie wachten op me.
De meester beoefent ook dankzij de sangha.
Als de situatie zich zou voordoen dat op een dag ik alleen zou zijn, dan zou ik proberen mijn leven zo in te richten, dat mijn gyoji zou kunnen voortduren.
En altijd is er deze relatie tussen mijn meester en mij, die vertrouwen kan hebben in het feit dat ik werkelijk zijn discipel ben. Een ware discipel. En misschien heb ik het geluk om op een dag een ware discipel te ontmoeten die dan tegelijkertijd ook discipel van mijn meester zou worden en discipel van meester Kodo Sawaki, omdat ze allemaal hetzelfde in zich hadden. Sensei vertelde me over de dood van Kodo, toen hij op zijn ziekbed lag, hij was erg oud. "Ik kwam bij hem en ik heb wat sake op zijn lippen gedaan voor hij stierf. De discipelen zeiden: "nee, geen alcohol, geen alcohol". Kodo Sawaki murmelde "mm, merci".
Nou ja, van die dingen. En hij wist dat Kodo ook een arme oude alcoholist was, uit sociaal oogpunt gezien.
Laatst heb ik met mensen gesproken: "ah, jij beoefent zazen, Deshimaru, ja, dat was een alcoholist!"
Wat kan ik voor antwoord geven? … Misschien. Ik weet niet of hij alcoholist was, maar van de ene dag op de andere is hij gestopt met drinken. Zo maar, hij stopte met roken en met drinken. En dat was de oorzaak van zijn dood (gelach).
Als hij was doorgegaan met drinken dan zou hij misschien nog langer geleefd hebben. Op een dag wilde hij, juist omdat men hem bekritiseerde als alcoholist, ons laten zien dat hij er niet aan gehecht was. En hij stopte van de ene dag op de andere, met sigaretten, met alcohol, volledig, gedurende één jaar.
Voor een alcoholist is dat niet mogelijk om te stoppen, terwijl hij doorgaat met zijn werk, doorgaat met zazen te beoefenen, geconcentreerd is etc. Hij zei: "Ik rook en ik drink om me te harmoniseren met de mensen. Ik heb behoefte om te praten en ik laat de mensen zich op hun gemak voelen. Als ik me gedraag als ware zenmeester en zazen doe op mijn dimensie, dan zou niemand me meer kunnen volgen. Jullie zouden allemaal angst hebben, het zou te zwaar zijn.
Ik moet wel drinken en me harmoniseren.
Men was vrij het te geloven. Men kan altijd twijfelen. Men kan altijd zeggen, ja maar hij dronk omdat hij alcoholist was. Zoals men wil. Je hebt beide kanten. Misschien zijn beide waar.
Het is een heel interessant thema, dit had innerlijk vertrouwen.
Maar pas op: als je alleen maar vertrouwen in de buitenkant hebt, een geloof in de sociale buitenkant hebt, want dan ben je verloren. Heb geen objectief, bewijsbaar vertrouwen. Je vertrouwen mag het object niet raken. Hetgeen je er niet van moet weerhouden om met plezier je met objectieve, rationele dingen bezig te houden. Dat is in de zen altijd gebeurd. Maar baseer je vertrouwen of je twijfel niet op de sociale buitenkant.
Je moet een innerlijk zekerheid hebben, allereerst een geloof in jezelf.
Want als je sterft wat blijft er dan over? Er blijft over wat je in jezelf had.
Graag zou ik nog af en toe Sensei ontmoeten en willen dat hij me een beetje zou opmonteren, dat hij tegen me zou zeggen: "Stephane, maak je niet ongerust ik heb dat ook gehad". Of dat hij tegen me zou zeggen: "het is goed wat je doet".
Dat zou fijn zijn maar hij is er niet meer. Ik ben alleen. Dus dat geloof, dat moet je hebben in jezelf, je moet het smeden.
En soms zijn demonen goede opvoeders, omdat ze je geloof smeden. Ze dwingen je om dieper in jezelf te zoeken, om jezelf in twijfel te trekken. Dus moet je ze bedanken. Je moet niet alleen de demonen wantrouwen, maar je moet ze ook bedanken.