door meester Dogen, 1233
Genjo Koan: de koan van het dagelijks leven
(Koan: levend raadsel, niet op te lossen met de logica; eeuwige waarheid.
Genjo: de verschijnselen, de verwerkelijking van de verschijnselen, de realiteit)
Meester Kosen over de Genjo Koan:
In deze tekst ontvouwt Dogen waarlijk de grote geheimen van de mensheid, van het menselijk bewustzijn. In het bijzonder de zinnen 10, 11 en 12. Alle vragen die men zich kan stellen over de menselijke geest zijn aanwezig in de Genjo Koan.
Volgens mij moet je de tekst rustig lezen en bestuderen zonder commentaar.
Dat wil zeggen de tekst rustig lezen en dan na een jaar, vijf jaar, tien jaar opnieuw lezen en beetje bij beetje krijgt elke zin, zelfs als je hem al tien maal eerder gelezen hebt, betekenis voor je.Sommige zenmonniken bekritiseren de soetra's en teksten en velen hebben ze verbrand. Meester Dogen zegt dat soetra's eveneens het lichaam van Boeddha zijn. Je moet weten hoe ze te gebruiken en er niet op intellectuele manier mee omgaan, niet lezen en trachten te begrijpen en denken dat je begrepen hebt. Je neemt een zin, je leest hem aandachtig zonder dat je probeert hem aan jezelf uit te leggen. En dan denk je er verder een, twee dagen niet meer aan. Dan lees je hem opnieuw. Je laat het leven zelf de boodschap geven, je laat haar in je rijpen, in de diepte. Dan borrelt de intuïtie vanuit de diepte vanzelf op. Daarna kun je het commentaar van meester Deshimaru lezen om te vergelijken.
uit: La Révolution Intérieure. Enseignement du moine Kosen
Meester Deshimaru:
De Genjo Koan is erg moeilijk. Het zijn frisse koans, koans van elk moment van het leven, van hier en nu. Ze kunnen niet door het intellect begrepen worden. Het is het wezen van de Genjo Koan om de intellectuele dimensie te overstijgen, om hier en nu welke dimensie dan ook te overstijgen.
uit: Genjo Koan. Enseignement oral de Maître Taisen Deshimaru. Volume 2
1. Wanneer al het bestaan het dharma van Boeddha is (deel van de Weg is), dan is er satori (ontwaken) en illusie, beoefening en inzicht, leven en dood, dan zijn er boeddha's en levende wezens.
2. Als al het bestaan gezien wordt als zonder substantie (zonder iets onveranderlijks en blijvends), dan is er noch illusie noch satori, zijn er geen boeddha's noch voelende wezens, is er noch leven noch dood.
3. In oorsprong stijgt de Weg van Boeddha boven zichzelf uit en is er geen enkele idee van teveel of tekort. En hoewel dit zo is verwelken de bloemen, hoeveel je ook van ze houdt en komt onkruid op zelfs als je het wilt kwijtraken en er niet van houdt.
4. Het is illusie de tienduizend verschijnselen te beoefenen en te bevestigen vanuit het ego. Satori is het ego beoefenen en ontdekken in de tienduizend verschijnselen.
5. Diegenen die wat de illusie betreft satori ervaren worden boeddha's genoemd. Diegenen die van satori nog een illusie meer maken worden middelmatige mensen genoemd. Dan zijn er die binnen satori, satori verdiepen en ook die binnen illusie nog meer illusie scheppen.
6. Wanneer de boeddha's ware boeddha zijn, dan hoeven zij zich niet bewust te zijn dat zij boeddha's zijn. Het zijn ware objectief bevestigde boeddha's en door hun dagelijkse beoefening gaan ze door zichzelf als boeddha te bevestigen.
7. Wanneer je je hele wezen gebruikt om de dingen waar te nemen, om iets te zien of te horen en je dan werkelijk intiem waarneemt, dan is dat een andere waarneming dan een door een spiegel teruggekaatst beeld, of de spiegeling van de maan in het water. Want als je slecht één kant waarneemt, blijft de andere kant in het duister.
8. De Weg van Boeddha (zen) bestuderen is zichzelf bestuderen.Zichzelf bestuderen is zichzelf vergeten.
Zichzelf bestuderen is bevestigd worden (bewoond worden) door al het bestaan van de kosmos.
9. Wanneer iemand begint de Weg van Boeddha te zoeken, dan lijkt deze ontoegankelijk. Maar wanneer je authentieke onderwijzing ontvangt kun je onmiddellijk een ware monnik worden.
10. Wanneer iemand met een boot reist en hij kijkt naar de oever, dan heeft hij de indruk dat de oever beweegt. Maar wanneer hij zijn blik goed richt op zijn eigen boot, dan ziet hij dat in feite de boot beweegt.En zo is het ook wanneer je probeert de verschijnselen vanuit onze vage waarneming te begrijpen. Je begaat de fout te denken dat onze eigen natuur permanent is.
Maar wanneer je je intiem harmoniseert met de juiste beoefening, wanneer je terugkeert tot de oorsprong, dan zul je duidelijk het grondbeginsel van de Weg begrijpen, namelijk dat niets uit zichzelf bestaat.
11. Wanneer hout verbrandt en tot as is geworden dan wordt het nooit meer opnieuw hout. Maar denk niet dat er eerst hout was en daarna as.
Wat je moet inzien is dat het hout in zijn dharmische toestand van hout blijft en deze absoluut expressie bevat het eigen verleden en toekomst.
De as blijft ook in zijn dharmische toestand van as. En deze absolute expressie omvat haar eigen verleden en toekomst.Net als het hout niet meer opnieuw hout wordt nadat het verbrand is, word je nadat je gestorven bent niet meer opnieuw levend. Maar we zeggen niet dat het leven over gaat in dood. Dit is de ware onderwijzing van Boeddha. Alleen wanneer je dit begrijpt kun je het absolute leven begrijpen als 'niet geboren', als 'niet geworden'.
Het leven is de totale expressie van het leven en de dood is de totale expressie van de dood.Met een andere vergelijking kun je zeggen: denk niet dat de winter lente wordt en de lente zomer wordt.
12. Wanneer iemand het satori verkrijgt (ontwaakt), dan is dat als de weerspiegeling van de maan in het water. De maan weerspiegelt zich in het water maar zij wordt er niet nat van. En het water wordt niet verstoort door de weerspiegeling van de maan.
Het satori is als de weerspiegeling van de maan in het water. Het licht van de maan schijnt tot in het oneindige, overal, over de hele aarde. Maar ook een klein regendruppeltje kan het maanlicht bevatten.
Wanneer lichaam en geest nog niet volledig doordrongen zijn van het dharma, meent men dat men iets bereikt heeft.
Wanneer het dharma lichaam en geest volledig doordrongen heeft, dan meent men dat het volkomen ontoereikend is, dat men een beginner is.
Als je op een boot bent in het midden van de oceaan, zover weg dat je geen bergen meer ziet, en je kijkt in alle richtingen dan lijkt de oceaan rond.In het midden van de oceaan is de materie van de oceaan oneindig en in nauwe communicatie met de geest.Net als in de woestijn of in een diep bos. Als een paleis, als een ronde ketting.Alleen voor onze ogen lijkt het een cirkel.
Hetzelfde geldt voor de ontelbare vormen van bestaan. De enorme hoeveelheid vormen van bestaan is niet rond en ook niet hoekig.Buiten de stoffelijke wereld kan het oog van de wijsheid ze slechts zien en doorgronden door studie en beoefening.Om de zin van de ontelbare vormen van bestaan te bevatten moet je begrijpen dat er, behalve het ronde en het hoekige, werelden zijn in alle vier de richtingen. Niet allen om ons heen maar ook in ons en in zelfs in een enkel waterdruppeltje.
13. De vis die in de oceaan zwemt ervaart de oceaan als oneindig. De vogel ervaart de lucht als oneindig. De vis en de vogel hebben het water of de lucht nooit verlaten.
Als vissen zich weinig verplaatsen, kennen ze het water een beetje. Als ze iets verder gaan kennen ze iets meer water.Als de vogel de lucht verlaat, sterft hij snel. Als de vis het water verlaatsterft hij snel.We moeten beseffen dat het water het leven is voor de vis en de lucht het leven is voor de vogel.De vogel en de vis zijn leven.Het leven is de vis en de vogel.
Maar als de vissen en de vogels na bestudering van het water of de lucht proberen het water of de lucht binnen te dringen, kunnen zij daar geen weg of plek vinden. Als we dit punt begrijpen actualiseert het satori zich in ons dagelijks leven.
Deze weg, deze plek, is niet groot of klein, is niet van ons en ook niet van anderen, verwerkelijkt zich niet vooraf of naderhand, maar nu.
Zij is precies zoals zij is.
14. Meester Hotetsu van de berg Mayoku verfriste zich met een waaier op een verfriste zich met een waaier op een hete dag. Een monnik kwam naar hem toe en vroeg hem: de natuur van de wind is onveranderlijk en er is geen plek waar hij niet komt. Waarom gebruikt u dan en waaier?De meester antwoordde: je begrijpt dat de natuur van de wind onveranderlijk is maar je kent nog niet de ware betekenis van 'er is geen plek waar hij niet komt'.
De meester ging rustig door zich koelte toe te waaien.
De monnik boog voor de meester.